Spelregelvragen

Maak nu je spelregels en zend het naar andrewolters@live.nl je hebt tot en met 5 maart om ze André toe te sturen!

Vraag 1

Tijdens de rust wisselen de doelverdediger en een verdediger van plaats zonder de scheidsrechter te informeren. Na ca. 5 minuten spelen in de 2e helft merkt de scheidsrechter deze wissel. Hoe zal hij moeten handelen?

A. De scheidsrechter staat dit zonder mee toe en laat doorspelen.

B. De scheidsrechter onderbreekt het spel, toont beide spelers een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.

C. De scheidsrechter laat doorspelen tot de eerstvolgende spelonderbreking, toont beide spelers een gele kaart en hervat het spel zoals het hervat zou worden na de spelonderbreking.

D. De scheidsrechter laat doorspelen, maar rapporteert het voorval wel aan de bond.

Vraag 2

Net buiten het eigen strafschopgebied mag de verdedigende ploeg een directe vrije schop nemen. De speler die de vrije schop neemt wipt de bal op naar een medespeler die hem vervolgens met het bovenbeen terugspeelt op zijn eigen doelman (in het eigen strafschopgebied) die vervolgens de bal in zijn handen pakt. Hoe dient de scheidsrechter te handelen?

A. De scheidsrechter bestraft de nemer met een waarschuwing en kent een indirecte vrije schop toe aan de tegenpartij op de plaats waar de nemer de vrije schop nam.

B. De scheidsrechter laat doorspelen.

C. De scheidsrechter kent een indirecte vrije schop toe aan de tegenpartij op de plaats waar de doelman de bal in zijn handen pakte.

D. De scheidsrechter kent een indirecte vrije schop toe op de plaats waar de speler de bal met het bovenbeen terugspeelde en toont deze speler een gele kaart.

Vraag 3 – Stelling

Bij een scheidsrechtsbal laat de scheidsrechter de bal altijd vallen voor een speler van het team dat de bal als laatste raakte. Dit gebeurt op de plaats waar de bal het laatst een speler, iets of iemand van buitenaf of, zoals beschreven in Regel 9.1, een wedstrijdofficial raakte. Alle overige spelers (van beide teams) moeten ten minste 4 meter afstand houden van de bal, totdat deze in het spel is.

A. Deze stelling is juist

B. Deze stelling is onjuist

Vraag 4 – Stelling

Tijdens een bekerwedstrijd heeft een speler een waarschuwing van de scheidsrechter ontvangen. Na afloop dienen strafschoppen genomen te worden om de wedstrijd te beslissen. Deze zelfde speler heeft commentaar op de leiding tijdens de strafschoppenserie waarop de scheidsrechter hem nogmaals een gele kaart toont, gevolgd door een rode kaart. De handelswijze van de scheidsrechter is correct.

A. Deze stelling is juist

B. Deze stelling is onjuist

Vraag 5 – 2 goed/3 fout

Een speler betreedt na een korte blessurebehandeling zonder toestemming van de scheidsrechter het speelveld. Welke van de volgende situaties kunnen zich voordoen als de scheidsrechter het spel onderbreekt en de speler een waarschuwing geeft?

Geef de twee juiste antwoorden.

A. De speler grijpt niet in en het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal.

B. De speler grijpt niet in en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.

C. De speler grijpt wel in en het spel wordt hervat met een strafschop.

D. De speler grijpt wel in en het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal.

E. De speler grijpt wel in en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.

Vraag 6 – 2 goed/3 fout

Wanneer kan de scheidsrechter disciplinaire maatregelen nemen?

Geef de twee juiste antwoorden.

A. Voorafgaand aan de wedstrijd bij het controleren van het speelveld.

B. In de rust van de wedstrijd nabij de kleedkamers.

C. Na afloop van de wedstrijd na het verlaten van het speelveld, maar net voor het betreden van de kleedkamers.

D. Na afloop van de wedstrijd nabij de kleedkamers.

E. Na afloop van de wedstrijd in de bestuurskamer.